Controles na de bevalling

De kraamperiode is de periode vanaf de bevalling tot ongeveer 10 dagen erna. Deze periode wordt thuis of gedeeltelijk in het ziekenhuis doorgebracht, afhankelijk van plek en aard van de bevalling.
Als je thuis bent, komen we meestal om de andere dag langs om toe te zien op het verloskundig verloop.

De dagelijkse controles van moeder en kind, zoals temperatuur, polsslag, het wegen van de baby en het controleren van de hoeveelheid bloedverlies worden in eerste instantie verricht door de kraamverzorgende. Zij helpt ook bij de voeding van de baby en geeft handige tips voor de verzorging. Als verloskundigen houden wij dit bij en komen in actie bij problemen. Verder praten we na over de bevalling en beantwoorden we vragen die je hebt.

Ook doen we zelf de hielprik, dit kan vanaf 72 uur na de geboorte. Als het nodig is verwijderen we de hechtingen en we geven informatie over onderwerpen als borstvoeding en anticonceptie.
Over het algemeen zorgt de kraamverzorgende voor een overdracht naar het consultatiebureau bij het afsluiten van de kraamzorg. De wijkverpleegkundige en arts van het consultatiebureau nemen dan geleidelijk de zorg voor de baby over. Zij houden de groei en ontwikkeling van je baby in de gaten en adviseren je over de voeding. Verder vinden hier de vaccinaties plaats.

Mochten er nog problemen of vragen zijn nadat wij de kraamperiode hebben afgesloten mag je ons altijd bellen!  Wij informeren je huisarts dat je bevallen bent. Sommige huisartsen komen in de kraamtijd ook een keer langs.

Nacontrole

Zes weken na de bevalling kom je nog een laatste keer naar ons spreekuur voor de verloskundige nacontrole. We controleren of jij lichamelijk en geestelijk weer fit en gezond bent, geven zo nodig advies en vernemen graag of onze zorg tijdens zwangerschap, baring en kraambed naar wens was. Indien van toepassing bespreken we of de complicaties bij de bevalling gevolgen hebben voor een eventuele volgende zwangerschap.